Meisjes krijgen meer te maken met subtiele vormen van pesten.

By ambrix on december 17, 2011 in with No Comments

Meisjes krijgen meer te maken met subtiele vormen van pesten.

Pesten

In elke school, klas of groep wordt gepest. Pesten wordt gedefinieerd als “veelvoorkomende negatieve handelingen door een leeftijdsgenoot of een groep leeftijdsgenoten tegen een ander kind, voor wie het moeilijk is om zichzelf te verdedigen” (Olweus, 1991). Recent grootschalig wetenschappelijk onderzoek laat zien dat wereldwijd tussen de vijf en twintig procent van alle kinderen slachtoffer is van pesten en tien tot twintig procent van de kinderen dader is. Voor Nederland zijn vergelijkbare aantallen gevonden. Op basis van deze cijfers kunnen we concluderen dat in een gemiddelde schoolklas twee tot vier kinderen zitten die gepest worden, en even zoveel kinderen die pesten.

Gevolgen van pestgedrag

De gevolgen van pesten zijn groot, zeker als het pestgedrag langer duurt.
Slachtoffers hebben meer kans op sociale en emotionele problemen. Gevoelens van eenzaamheid en depressie worden vergroot en bestaande problemen verergeren. Deze kinderen hebben een lage zelfwaardering en ontwikkelen een wantrouwen richting leeftijdsgenoten. Deze gevoelens kunnen leiden tot verder isolement, diepere depressie en kunnen nog meer pestgedrag uitlokken. Bovendien hebben ze vaker last van psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn, slaapproblemen, buikpijn, bedplassen en vermoeidheid.

Kinderen die pesten leren niet op een sociaal aangepaste manier te onderhandelen met anderen. Daardoor kunnen ze uiteindelijk onaangepaste gedragspatronen ontwikkelen en lopen ze een grotere kans op ernstige problemen in de adolescentie. Ze komen vaker in aanraking met justitie, drinken meer alcohol en plegen vaker zelfmoord. Meisjes die vroeger pestten hebben op latere leeftijd een grotere kans om betrokken te raken bij huiselijk geweld en om tienermoeder te worden.

Maar ook klasgenoten hebben last van het pesten. De verstoring en afleiding die het pesten veroorzaakt hinderen het leren. Op de dagen waarop niet-betrokken kinderen iemand gepest zien worden, vinden ze school minder leuk. Als pestgedrag niet adequaat aangepakt wordt kunnen kinderen bovendien de conclusie trekken dat slachtoffers verdienen wat ze krijgen, dat macht belangrijker is dan rechtvaardigheid en dat volwassenen niet goed voor kinderen zorgen.

Verschil tussen jongens en meisjes

Er bestaat een belangrijk verschil tussen de manier waarop jongens pesten en de manier waarop meisjes dat doen. Met name jonge jongens pesten meer op een directe en fysieke manier, zoals slaan, schoppen, duwen, spullen afpakken enzovoorts. Naarmate jongens ouder worden verschuift dit puur fysieke pesten naar meer verbale vormen zoals uitschelden en belachelijk maken, waarbij fysieke handelingen een rol kunnen spelen.

Meisjes hanteren daarentegen een meer indirecte stijl die ook omschreven kan worden als relationele agressie. Dat wil zeggen dat meisjes pesten door middel van sociale relaties: roddelen over het slachtoffer, buitensluiten en isoleren, negeren en afwijzen. Dit sluit overigens niet uit dat sommige meisjes, zij het bij uitzondering, ook fysiek pesten.

Pesten als groepsfenomeen

In het verleden richtte zowel het onderzoek naar pestgedrag, als de diverse interventieprogramma´s zich vrijwel alleen op de individuele daders of slachtoffers. Daar is de afgelopen tien jaar verandering in gekomen, doordat pesten steeds meer gezien wordt als groepsfenomeen, waarbij veel meer groepsleden betrokken zijn dan alleen de dader en het slachtoffer.
Scandinavisch onderzoek heeft in de jaren negentig duidelijk aangetoond dat er minstens zes verschillende rollen bestaan bij het pesten. Naast de dader en het slachtoffer komen ook nog voor:

• de kinderen die de dader actief helpen
• de kinderen die de dader aanmoedigen (bijvoorbeeld door te lachen)
• de kinderen die het slachtoffer helpen
• de buitenstaanders, kinderen die zich niet mengen in de pestsituatie

Wat uit al deze onderzoeken naar voren komt, is dat de dader niet alleen staat, maar dat er een duidelijke groepsstructuur bestaat. De dader staat daarbij centraal in de groep, met daaromheen verschillende kinderen die allen op hun eigen wijze een bijdrage leveren aan het pestgedrag. De rol die sommige kinderen hierbij vervullen is groter (aanmoedigen en helpen) dan de rol van andere kinderen (buitenstaanders).

top